Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:869

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2019
Publicatiedatum
6 juni 2019
Zaaknummer
18/04245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over rioolheffing gemeente Nijmegen voor 2013 en 2014

De erfgename van de heer A.Z. stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 augustus 2018. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslagen in de rioolheffing voor de jaren 2013 en 2014 opgelegd door de gemeente Nijmegen.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard.

Het arrest is uitgesproken door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren op 7 juni 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgename is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Hoge Raad derNederlanden
Derde Kamer
Nr. 18/04245
7 juni 2019
A
gewezen op het beroep in cassatie van
de erfgename van [A], gewoond hebbende te
[Z], (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 28 augustus 2018, nrs. 17/00022, 17/00023 en 17/00024, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 15/3781, AWB 15/3782 en AWB 15/3783) betreffende de aan [A] voor de jaren 2013 en 2014 opgelegde aanslagen in de rioolheffing van de gemeente Nijmegen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2019.