Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 juni 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen van grote contante geldbedragen die via hawala-bankieren naar Engeland werden overgemaakt. Het hof had geoordeeld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het geld afkomstig was uit misdrijf, mede vanwege het ontbreken van evidente voordelen van hawala-bankieren boven gewone bankoverschrijvingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze omstandigheid weliswaar heeft betrokken bij de beoordeling van het opzet, maar dat hieruit niet zonder meer volgt dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het geld van misdrijf afkomstig was. De bewijsvoering biedt onvoldoende grond voor deze conclusie.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring over het opzet betreft en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.