Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt dat de bestreden uitspraak is gewezen door een raadsheer die niet aan het onderzoek ter terechtzitting op 19 januari 2018 heeft deelgenomen.
Onderzoek van de zaak
tweede middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsvoering met betrekking tot het bewezenverklaarde feit niet kan worden afgeleid dat de verdachte telkens wist dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig waren.
voorafgaandaan het verwerven en/of voorhanden hebben en/of het overdragen daarvan. [6]
derde middelklaagt over de schending van de redelijke (inzend)termijn in de cassatiefase. Nu het tweede middel slaagt en de zaak moet worden teruggewezen, behoeft het derde middel geen bespreking, aangezien het tijdsverloop bij de nieuwe behandeling van het hof aan de orde kan worden gesteld. [8]