ECLI:NL:HR:2020:101
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juli 2019, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg werd behandeld. De zaak betrof een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sittard-Geleen.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.