Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
30 juni 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van afpersing door anderen te dwingen telefoonabonnementen op eigen naam af te sluiten en telefoons aan hem af te geven.
De Hoge Raad beoordeelde meerdere cassatiemiddelen, waarbij klachten over de inhoud van het hofarrest werden verworpen. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, omdat de stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak pas na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met vier jaar.
Daarnaast vernietigde de Hoge Raad ambtshalve het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast als sanctie bij de schadevergoedingsmaatregel, conform een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914). De Hoge Raad bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
De Hoge Raad besloot het hofarrest te vernietigen voor zover het vervangende hechtenis betreft en de strafduur, de gevangenisstraf te verminderen tot drie jaar en tien maanden, en het beroep voor het overige te verwerpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot drie jaar en tien maanden en het hofarrest is vernietigd voor de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel.