Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- Waar proceskosten zijn gevorderd dienen deze niet als materiële schade te worden beoordeeld maar als proceskosten. Bovendien dient de schadevergoedingsmaatregel niet te worden toegewezen over de proceskosten.
- Vordering [aangever 6]: de benadeelde partij heeft rente gevorderd, maar deze is door de rechtbank niet toegewezen. Deze kan in hoger beroep niet meer worden meegenomen.
- Vordering [aangever 3]: de kosten voor het eigen risico van de rechtsbijstand zijn blijkens de stukken kosten die gemaakt zijn voor bemiddeling van schulden. Die kosten zijn derhalve niet aan te merken als kosten rechtsbijstand, maar als materiële schade.
- Voor zover de vervangende hechtenis bij de op te leggen schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis de maximumduur van een jaar overschrijdt is gevorderd dat deze naar rato verminderd dient te worden.
hij op of omstreeks 30 januari 2013 te Breda [aangever 18] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in de kamer van die [aangever 18] de bedspijlen verbogen en/of tegen de deurstijl getrapt en/of met (brandende) kaarsen gegooid en/of (daarbij) deze [aangever 18] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je af, ik snij je keel door, ik laat je verdwijnen, ik heb iets in mijn auto liggen daar maak ik je mee kapot" en/of "ik verbrand jou tot as", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (incident 2)
hij op 30 januari 2013 te Breda, [aangever 18] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in de kamer van die [aangever 18] de bedspijlen verbogen en tegen de deurstijl getrapt en met brandende kaarsen gegooid en daarbij deze [aangever 18] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je af, ik snij je keel door, ik laat je verdwijnen, ik heb iets in mijn auto liggen daar maak ik je mee kapot" en "ik verbrand jou tot as".
- de aard en duur van de tewerkstelling;
- de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt;
- het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald.
[aangever 7]: Het afsluiten van abonnementen was niet het rechtstreeks gevolg van dwang of bedreigingen. Voordat verdachte agressief werd had [aangever 7] al telefoonabonnementen afgesloten met [medeverdachte 1] . Van een dreigende sfeer is niet gebleken.
[aangever 6] :Aangever zou pas na het afsluiten van het eerste abonnementen de gummiknuppel hebben gezien. Wel was eerder sprake van een dodelijke blik van verdachte, maar dat is niet te kwalificeren als bedreiging. Aangever heeft bovendien verklaard dat hij deels mee deed uit vertrouwen en om geld te verdienen.
- [aangever 3]: De toon waarop werd gesproken was niet echt dwingend. Verdachte was intimiderend, maar niet agressief of schreeuwend. Met de stok in de auto is nietsgedaan. Ook blijkt niet dat [aangever 3] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt; er is geen afhankelijkheidsrelatie ontstaan waaraan aangever zich niet kon onttrekken en nadien heeft verdachte aangever niet lastig gevallen.
- [aangever 9]: Het bewijs is enkel gebaseerd op de verklaring van aangever. Voldoende steunbewijs ontbreekt en schakelbewijs kan niet worden toegepast zoals reeds betoogd.
- [aangever 10] :Aangever had een eigen financieel motief om mee te doen. Het eerste abonnement is afgesloten zonder dat er volgens zijn verklaring dwang is toegepast. [medeverdachte 2] erkent aanwezig te zijn geweest, maar heeft niet verklaard over de bedreiging.
- [aangever 11] :De bedreigingen die volgens [aangever 11] zijn geuit zijn enkel gebaseerd op zijn eigen verklaring. Bij gebrek aan steunbewijs kan dit feit niet bewezen worden verklaard. [aangever 11] heeft ja gezegd omdat hij geld nodig had. Hij heeft niet tegen zijn wil gehandeld.
- [aangever 12] :Het gaat hier om de subjectieve beleving van aangever. Hij ‘voelde’ dat hij mee moest doen. Aangever spreekt niet over expliciete bedreigingen. De aanwezige gummiknuppel is niet gebruikt, noch is daarmee gedreigd. [medeverdachte 2] heeft niet gemerkt dat [aangever 12] bang was; dat [medeverdachte 2] zich kan voorstellen dat [aangever 12] bang was kan niet dienen als bewijs. Er is geen sprake van enige vorm van dwang, of andere omstandigheden waardoor zijn keuzevrijheid beperkt zou zijn.
- [aangever 13] :De verklaringen van [medeverdachte 2] zijn onbetrouwbaar omdat hij een eigen belang heeft om te verklaren zoals hij heeft gedaan, te weten om zijn eigen rol te minimaliseren. Er is onvoldoende bewijs voor dwang ten gevolge van geweld of bedreiging met geweld. Ook blijkt niet dat [aangever 13] kwetsbaar of ondergeschikt was en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt; van enige afhankelijkheidsrelatie was geen sprake
- [aangever 14] :Het motief om mee te doen voor aangever was om geld te verdienen. [aangever 14] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat het zijn eigen verantwoordelijkheid was. Zonder het gebruik van schakelbewijs ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs voor het gebruik van dwangmiddelen of andere omstandigheden waardoor zijn keuzevrijheid beperkt zou zijn.
- [aangever 4] :Aangever verklaart dat hij in de auto zat, maar zelf is weggegaan. Later wil hij alsnog meedoen omdat hij geld wil verdienen. [aangever 4] heeft zelf keuzes gemaakt en van dwang is onvoldoende gebleken. Zonder het gebruik van schakelbewijs ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs voor het gebruik van dwangmiddelen.
- [aangever 15]: Van enig geweld dan wel bedreiging daarmee is niet gebleken. Hij heeft niets verklaard over wapen dat aan hem getoond zou zijn. Het intimiderende gedrag waarover aangever heeft verklaard is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van dwang. [aangever 15] wilde meedoen omdat hij geld wilde verdienen. Hij handelde uit vrije wil.
- [aangever 16]: Aangever heeft bij de rechter-commissaris erkend op meerdere punten niet de waarheid te hebben gesproken bij de politie. Zijn verklaringen zijn op meerdere punten tegenstrijdig en zijn verklaring is ongeloofwaardig. Aangever wilde geld verdienen en is nooit direct bedreigd. Hij noemt de blik in de ogen van verdachte, maar dat is te subjectief om dreiging aan te nemen.
- [aangever 5]: Van enige dwang is geen sprake geweest. De verklaring van [aangever 5] is ongeloofwaardig. [aangever 5] was verliefd op verdachte en heeft vaak zelf contact gezocht met hem; het initiatief lag niet altijd bij verdachte. Onvoldoende blijkt van geweld of bedreiging daarmee. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen.
- [aangever 17]: Alleen aangever heeft verklaard dat verdachte tegen hem gezegd zou hebben dat hij in elkaar geslagen zou worden. De gummiknuppel die aangever zag is niet gebruikt en ook is hij daarmee (of met een ander wapen) niet bedreigd. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen.
- [aangever 19]: Aangeefster wilde geld verdienen; niet is gebleken van geweld of bedreiging met geweld tegen haar. Ook is niet gebleken van een verstandelijke beperking of iets dergelijks. Van een afhankelijkheidssituatie waarin zij zich niet kon onttrekken is evenmin gebleken. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen.
- [aangever 20]: Het motief van aangever was: geld verdienen. Uit het tapgesprek tussen verdachte en aangever (“ [bijnaam aangever 20] ”) volgt niet dat sprake was van een bedreigende situatie. Dat sprake was van dwang of andere omstandigheden waardoor zijn keuzevrijheid beperkt zou zijn, blijkt onvoldoende. Zonder het gebruik van schakelbewijs kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen.
degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen;
degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt;
degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander.
- de feiten dateren van de periode van 1 januari 2013 tot en met 28 augustus 2013;
- verdachte is in verzekering gesteld op 29 augustus 2013, waarna de voorlopige hechtenis is geschorst op 10 oktober 2014 tot aan de uitspraak van de rechtbank;
- in eerste aanleg vonden terechtzittingen plaats op 10 december 2013, 14 februari 2014, 9 mei 2014, 4 juli 2014, 26 september 2014, 26 juni 2015 en 9 juli 2015;
- het vonnis van de rechtbank dateert van 23 juli 2015;
- verdachte heeft hoger beroep ingesteld op 24 juli 2015;
- het dossier is bij het hof binnengekomen op 17 december 2015;
- de eerste zitting in hoger beroep vond plaats op 3 juli 2017;
- de inhoudelijke behandeling in hoger beroep vond plaats op 23 en 26 februari 2018, waarna het onderzoek is gesloten op 5 maart 2018;
- het arrest van het hof zal worden gewezen op 19 maart 2018.
- Schade door misdrijf € 5.375,26
- Reiskosten € 1.204,80
- Verhuiskosten € 500,00
- Post NL € 10,00
€ 1.000,00
- telefoonabonnementen € 3.247,50
- kosten aangetekende brieven € 52,68
€ 550,00
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Vordering van de benadeelde partij [aangever 12]
€ 1.500 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 1.500 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 14]
€ 2.016,18 (tweeduizend zestien euro en achttien cent) ter zake van materiële schade.
€ 2.016,18 (tweeduizend zestien euro en achttien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 13]
€ 1.041,05 (duizend eenenveertig euro en vijf cent) ter zake van materiële schade,
waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 1.041,05 (duizend eenenveertig euro en vijf cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 16]
€ 3.000 (drieduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 3.000 (drieduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 7]
€ 4.152,15 (vierduizend honderdtweeënvijftig euro en vijftien cent) bestaande uit € 3.852,15 (drieduizend achthonderdtweeënvijftig euro en vijftien cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 4.152,15 (vierduizend honderdtweeënvijftig euro en vijftien cent) bestaande uit € 3.852,15 (drieduizend achthonderdtweeënvijftig euro en vijftien cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 8]
€ 4.000 (vierduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 143 (honderddrieënveertig euro).
€ 4.000 (vierduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
26 (zesentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 11]
€ 2.006,05 (tweeduizend zes euro en vijf cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 2.006,05 (tweeduizend zes euro en vijf cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 17]
€ 3.459,60 (drieduizend vierhonderdnegenenvijftig euro en zestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.459,60 (drieduizend vierhonderdnegenenvijftig euro en zestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 3]
€ 2.990,43 (tweeduizend negenhonderdnegentig euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 2.690,43 (tweeduizend zeshonderdnegentig euro en drieënveertig cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.990,43 (tweeduizend negenhonderdnegentig euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 2.690,43 (tweeduizend zeshonderdnegentig euro en drieënveertig cent) materiële schade en
19 (negentien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 9]
€ 2.810 (tweeduizend achthonderdtien euro) bestaande uit € 2.510 (tweeduizend vijfhonderdtien euro) materiële schade en € 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade.
€ 2.810 (tweeduizend achthonderdtien euro) bestaande uit € 2.510 (tweeduizend vijfhonderdtien euro) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
18 (achttien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 4]
€ 2.236,15 (tweeduizend tweehonderdzesendertig euro en vijftien cent) bestaande uit € 1.936,15 (duizend negenhonderdzesendertig euro en vijftien cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 2.236,15 (tweeduizend tweehonderdzesendertig euro en vijftien cent) bestaande uit € 1.936,15 (duizend negenhonderdzesendertig euro en vijftien cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
14 (veertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 6]
€ 300 (driehonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 77 (zevenenzeventig euro).
€ 300 (driehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 10]
€ 3.600,18 (drieduizend zeshonderd euro en achttien cent) bestaande uit € 3.300,18 (drieduizend driehonderd euro en achttien cent) materiële schade en
€ 3.600,18 (drieduizend zeshonderd euro en achttien cent) bestaande uit € 3.300,18 (drieduizend driehonderd euro en achttien cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
24 (vierentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 5]
€ 3.524,29 (drieduizend vijfhonderdvierentwintig euro en negenentwintig cent) bestaande uit € 3.224,29 (drieduizend tweehonderdvierentwintig euro en negenentwintig cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.524,29 (drieduizend vijfhonderdvierentwintig euro en negenentwintig cent) bestaande uit € 3.224,29 (drieduizend tweehonderdvierentwintig euro en negenentwintig cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 15]
€ 1.001,96 (duizend één euro en zesennegentig cent) bestaande uit € 701,96 (zevenhonderdéén euro en zesennegentig cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
€ 1.001,96 (duizend één euro en zesennegentig cent) bestaande uit € 701,96 (zevenhonderdéén euro en zesennegentig cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 20]
€ 982,85 (negenhonderdtweeëntachtig euro en vijfentachtig cent) ter zake van materiële schade,
waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 982,85 (negenhonderdtweeëntachtig euro en vijfentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 19]
€ 3.313,85 (drieduizend driehonderddertien euro en vijfentachtig cent) bestaande uit € 3.013,85 (drieduizend dertien euro en vijfentachtig cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.313,85 (drieduizend driehonderddertien euro en vijfentachtig cent) bestaande uit € 3.013,85 (drieduizend dertien euro en vijfentachtig cent) materiële schade en € 300 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.