Uitspraak
wonende te [woonplaats], Duitsland,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
26 juni 2020.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil over partneralimentatie tussen de man en de vrouw na hun scheiding. De man verzocht de rechtbank om een eerdere alimentatieverplichting van €1.500 per maand te vernietigen of te wijzigen, maar dit verzoek werd afgewezen door de rechtbank en bekrachtigd door het hof.
Het hof had vastgesteld dat de aanvullende behoefte van de vrouw €1.871,70 bedroeg, gebaseerd op een huwelijksgerelateerde behoefte van €3.353,70 en een netto besteedbaar inkomen van €2.482 per maand. De man stelde dat het hof een rekenfout had gemaakt bij deze berekening.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad een kennelijke rekenfout had gemaakt: het verschil tussen €3.353,70 en €2.482 is €871,70 en niet €1.871,70. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. Het incidentele cassatieberoep van de vrouw werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis wegens een rekenfout en verwijst de zaak voor verdere behandeling, het incidentele cassatieberoep wordt verworpen.