Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Als de voor zijn oordeel relevante feiten en omstandigheden heeft het hof in de kern slechts in aanmerking genomen dat de verdachte heeft aangevoerd dat het begrip ‘eenheid’ in het holisme centraal staat, dat de daarbij behorende levenshouding wordt gekenmerkt door onbevangenheid ten aanzien van de telkens nieuwe wijze waarop die eenheid zich kan manifesteren en de daarmee gepaard gaande persoonlijke groei, dat aanvaarding van het gezag van al dan niet dogmatische religies en levensbeschouwelijke neutraliteit daaraan in de weg staat en dat, indien op school slechts het verstand wordt gevoed en de ziel wordt genegeerd, een afgescheidenheid en een onhanteerbare kloof tussen de levensovertuiging in het gezin en de normen en waarden op school ontstaat. Deze door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden zijn, gelet op de hiervoor onder 2.4.4 genoemde voorwaarden, ontoereikend om te kunnen aannemen dat sprake is van overwegende bedenkingen in de zin van artikel 5 aanhef Pro en onder b Lpw.
3.Beslissing
30 juni 2020.