De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld wegens het niet nakomen van de verplichtingen uit de Leerplichtwet 1969 door zijn dochter niet als leerling in te schrijven op een school in de periode van 1 augustus 2016 tot en met 21 oktober 2016. Na hoger beroep en een eerdere vrijspraak van het hof, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en doet opnieuw recht. Het hof oordeelt dat het bewijs wettig en overtuigend aantoont dat verdachte niet heeft voldaan aan zijn leerplichtverplichtingen. Het beroep op vrijstelling wegens overwegende bezwaren tegen de richting van het onderwijs, gebaseerd op een spiritueel holistisch gedachtengoed, wordt verworpen omdat deze bezwaren onvoldoende concreet en zwaarwegend zijn en niet voldoen aan de criteria van de Leerplichtwet.
Het hof weegt mee dat verdachte de opvoeding van zijn dochter serieus neemt en kosten noch moeite spaart, maar dat zijn handelen toch strafbaar is. Gezien de ernst van het feit en de proceshouding van verdachte wordt een voorwaardelijke geldboete van €1.000 met een proeftijd van twee jaar opgelegd.