Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
7 juli 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte, die werd veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel, heeft het gerechtshof Amsterdam een schadevergoedingsmaatregel opgelegd waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd toegepast.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp de klachten zonder inhoudelijke motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad nam vervolgens ambtshalve het oordeel dat de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel niet correct was, in lijn met een eerdere beslissing (ECLI:NL:HR:2020:914). De Hoge Raad vernietigde daarom dit deel van het hofarrest en bepaalde dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef behalve voor het onderdeel vervangende hechtenis.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van sancties bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen in strafzaken.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast als sanctie bij niet-betaling van schadevergoedingsmaatregelen.