Conclusie
eerstemiddel klaagt dat de bewezenverklaring en de verwerping van het verweer, betrekking hebbend op een alternatief scenario voor het ontstaan van het in de bewezenverklaring omschreven letsel, onjuist, onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd zijn. Het
tweedemiddel behelst de klacht dat het bewezenverklaarde letsel niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Alvorens de middelen te bespreken geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen, passages uit het gevoerde verweer en de bewijsoverweging van het hof weer.
verklaring van [betrokkene 1]:
(BFK: 2015)ten overstaan van de verbalisanten afgelegde
verklaring van de aangever [slachtoffer]:
bevindingen en/of verrichtingen van de verbalisant:
(BFK: het slachtoffer)bewoog. Ik zag dat NN1 dit nog twee maal herhaalde. Ik zag dat het lichaam van het slachtoffer naar de grond bewoog.
verklaring van de verdachte:
aanknopingspunten levert dat het slachtoffer na te zijn geslagen door cliënt ook nog tegen het hoofd is geschopt en mogelijk ook nog op het hoofd is geslagen met een fles.
kunnenhebben veroorzaakt. De vraag is of dat met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld. Dat een andere oorzaak niet bewezen kan worden levert die vereiste mate zekerheid geenszins.
'Er liepen mensen over hem heen...De club is klein en hij lag tussen de menigte in. Het kan zijn dater op hem gestapt is,maar dat heb ik niet gezien.'
'Het was chaos in de club. Iedereen begon te trekken en te duwen...kwamen drie beveiligers binnenstormen. Zij duwden mensen opzij waardoor mensen over elkaar vielen. Ik heb meerdere mensen op de grond zien liggen. Het ging er wild aan toe...de hele menigte werd een hele chaos. De mensen trokken en duwden en de club was niet zo groot. Het was erg vol...De beveiliging kwam binnen en duwde iedereen opzij waardoor er mensenover die jongen zijn heen gevallen en tegen hem aan zijn gevallen.Zezijn ook over hem heen gestruikeld.Er zijn mensenover hem heen geduwd en tegen hem aangeduwd....Het slachtoffer was nog helder en bij toen hij op de grond lag...Hij wordtgeraakt op zijn bovenlichaam en op zijn hoofd door het duwen en vallen van die mensen. Hij werd geraakt door de voeten en knieën van die mensen.'
'Ik weet niet of er nog is nagetrapt of iets dergelijks. Daarna was er wel ophef tussen vrienden en bewakers en alles wat eromheen zat.'
'Het was chaos in de club. Het was zo druk....Het was zó druk. Op het eerstemoment zag ik niet eens dat die jongen op de grond lag. Het zou kunnendat mensen over hem heen zijn gelopen....Het was zo druk dat je eigenlijk niets kon zien. Ik bedoel met erop springen dat er veel mensen omheen waren.'
'Het was druk in de club. Er werd geduwd...Er ontstond een grote menigte. Het was chaos.'
'Toen zag ik rechts van mij iemandop de grondvallen. Dat bleek [slachtoffer] te zijn. Wij zijn ernaar toe gegaanen hebben geprobeerd ze uit elkaar te halen. We hebben niet gevochten, ik weet niet zo goed het woord wat ik moet zeggen. Ik vind het moeilijk om te zeggen wat er dan precies gebeurt. De jongen op de grond en de andere jongens met wie hij was begonnen een beetje teduwen en te trekkenof zoiets.' P. 4: Wederom 'Er werd geduwd en getrokken.'
1. Aangifte:
2. Schrijven van het OLVG d.d. 9 april 2015:
eerstemiddel wordt erop gewezen dat de verdediging het verweer heeft gevoerd dat niet (voldoende) vast staat dat de verdachte het zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer heeft toegebracht en dat het vereiste causale verband tussen de mishandeling en het letsel ontbreekt. De stellers van het middel menen dat het hof ‘zeer summier op het uitvoerig gevoerde verweer’ heeft gereageerd.
NJ2010/314 m.nt. Buruma onder
NJ2010/315 het volgende overwogen:
kan veroorzaken, zodat als
uitgangspuntheeft te gelden dat het letsel door toedoen van het handelen van verdachte is veroorzaakt’. Dat oordeel zou onjuist of onbegrijpelijk zijn, ‘nu een causaal verband moet worden vastgesteld. De enkele omstandigheid dat letsel
kan zijn veroorzaaktdoor verrichte geweldshandelingen is daartoe onvoldoende’.
tweedemiddel klaagt, als gezegd, dat het bewezenverklaarde letsel niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. De bewezenverklaring zou daarom onvoldoende met redenen zijn omkleed.
NJ2013/436 m.nt. Keijzer. De bewezenverklaring van de rechtbank in die zaak hield, voor zover hier relevant, in dat de slachtoffers [A] en [C] zwaar lichamelijk letsel hadden opgelopen. Het letsel van [A] werd in de bewezenverklaring als volgt omschreven: ‘over een periode van jaren een Post Traumatische Stress Stoornis en voortdurende angst van onveiligheid en angst om aangeraakt te worden en het eigen lichaam en zichzelf vies vinden en concentratieverlies waarvoor psychiatrische hulp noodzakelijk werd’. Het letsel van [C] bestond volgens de bewezenverklaring uit: ‘over een periode van jaren een voortdurend schuldgevoel en angst om aangeraakt te worden en nachtmerries, beschadigd zelfvertrouwen en zelfbeeld en flashbacks waarvoor psychologische hulp noodzakelijk werd’. In de bewijsoverweging had de rechtbank onder meer vastgesteld dat bij [A] een posttraumatische stressstoornis is gediagnosticeerd en dat bij [C] een posttraumatisch stressbeeld is geconstateerd.
lichamelijkletsel gaat; het argument dat ook in het arrest van 19 februari 2013 centraal staat. Een tweede argument is dat een benadering die bij de vaststelling van zwaar lichamelijk letsel slechts in welomschreven uitzonderingssituaties betekenis hecht aan psychisch leed meer houvast biedt in situaties waarin letsel en leed van verschillende aard geleden is. Mogelijk spreekt Uw Raad in het arrest van 3 juli 2018 tegen die achtergrond ook slechts over ‘pijn en/of fysieke beperkingen’ tijdens de periode van herstel. Tegen deze achtergrond zal ik de posttraumatische stressstoornis buiten beschouwing laten bij de afweging of het toegebrachte letsel als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt.