ECLI:NL:HR:2020:1245
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over interne compensatie bij loonheffing en inkomstenbelasting
De zaak betreft een geschil over de ambtshalve vermindering van een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2014. Belanghebbende verzocht om verrekening van loonheffing van €214.144, waarvan €117.000 was nageheven aan een verbonden vennootschap en op hem verhaald. De inspecteur wees dit verzoek af.
Het Hof oordeelde dat de nageheven loonheffing van €117.000 mocht worden verrekend, maar dat de inspecteur geen ondubbelzinnig beroep had gedaan op interne compensatie om het belastbare inkomen te verhogen. Hierdoor hoefde het hof niet te beoordelen of sprake was van een als loon aan te merken voordeel uit dienstbetrekking.
De Hoge Raad stelt dat de inspecteur wel degelijk ondubbelzinnig heeft aangegeven interne compensatie te willen toepassen, ook al gebruikte hij niet expliciet die term. Het hof heeft dit onterecht geoordeeld, waardoor het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door vice-president G. de Groot en raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools op 10 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.