Uitspraak
kantoorhoudende te Ede,
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
In het licht hiervan is het oordeel van het hof dat de grondslag van de subsidiaire vordering alleen betrekking heeft op [verweerster 1] en dat om die reden de subsidiaire vordering ten aanzien van [verweerder 2] niet kan worden toegewezen, onbegrijpelijk. De hiervoor in 3.1 weergegeven klacht slaagt.
4.Beslissing
10 juli 2020.