ECLI:NL:RBARN:2012:BY4306
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en weigering matiging aansprakelijkheid
In deze zaak oordeelde de rechtbank Arnhem dat het bestuur van Beheer kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld door een onjuist en geflatteerd beeld te geven van de debiteuren en vrije reserve, het voorbereiden en uitvoeren van een dividenduitkering die heeft bijgedragen aan het faillissement van Techniek. De bestuurders, waaronder [gedaagde sub 2], werden op grond van artikel 2:248 BW Pro hoofdelijk aansprakelijk gesteld.
De curator had een eisvermeerdering ingediend voor een voorschot op de schade, maar dit werd door de rechtbank afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Gedaagden verzochten om matiging van de aansprakelijkheid, stellende dat het onbehoorlijk bestuur beperkt was tot een eenmalige transactie onder begeleiding van adviseurs en dat andere oorzaken, zoals arbeidsongeschiktheid en het beheer na aandelenoverdracht, mede het faillissement veroorzaakten.
De rechtbank verwierp deze matigingsverzoeken omdat Beheer als ontvanger van het dividend volledig had geprofiteerd van het onbehoorlijk bestuur en de overige aangevoerde oorzaken onvoldoende waren onderbouwd. Ook werd het verwijt aan de curator over de afwikkeling van het faillissement ongegrond verklaard. De rechtbank concludeerde dat het oorzakelijk verband tussen het onbehoorlijk bestuur en het faillissement vaststaat en matiging niet gerechtvaardigd is.
De bestuurders werden veroordeeld tot betaling van het tekort in het faillissement aan de curator, inclusief proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het tekort in het faillissement zonder matiging van de aansprakelijkheid.