ECLI:NL:HR:2020:1267

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2020
Publicatiedatum
8 juli 2020
Zaaknummer
19/00860
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte in hoger beroep

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 februari 2019 een arrest gewezen waarbij de verdachte verstek is verklaard in hoger beroep. De verdachte was rechtsgeldig opgeroepen maar verscheen niet; alleen een niet gemachtigde raadsman was aanwezig. Uit stukken overgelegd in cassatie blijkt dat de verdachte ten tijde van de behandeling in hoger beroep in verzekering was gesteld, waardoor het hof onjuist heeft gehandeld door verstek te verlenen en het onderzoek voort te zetten.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte is geschonden, hetgeen een fundamenteel belang betreft volgens artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling in hoger beroep waarbij de verdachte in persoon aanwezig moet zijn.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte in hoger beroep en corrigeert de procedurele onjuistheid van het verstek verlenen terwijl de verdachte in verzekering was gesteld. De Hoge Raad stelt hiermee het recht op een eerlijk proces centraal en waarborgt de fundamentele rechten van de verdachte.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting waarbij de verdachte aanwezig moet zijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00860
Datum23 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2019, nummer 21/002616-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.W.E. Luiten, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte in strijd met artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden niet in de gelegenheid is gesteld bij de berechting van zijn zaak in hoger beroep aanwezig te zijn.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2020.