Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 juni 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 februari 2019 een arrest gewezen waarbij de verdachte verstek is verklaard in hoger beroep. De verdachte was rechtsgeldig opgeroepen maar verscheen niet; alleen een niet gemachtigde raadsman was aanwezig. Uit stukken overgelegd in cassatie blijkt dat de verdachte ten tijde van de behandeling in hoger beroep in verzekering was gesteld, waardoor het hof onjuist heeft gehandeld door verstek te verlenen en het onderzoek voort te zetten.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte is geschonden, hetgeen een fundamenteel belang betreft volgens artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling in hoger beroep waarbij de verdachte in persoon aanwezig moet zijn.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte in hoger beroep en corrigeert de procedurele onjuistheid van het verstek verlenen terwijl de verdachte in verzekering was gesteld. De Hoge Raad stelt hiermee het recht op een eerlijk proces centraal en waarborgt de fundamentele rechten van de verdachte.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting waarbij de verdachte aanwezig moet zijn.