Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
25 augustus 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een jeugdige verdachte die was veroordeeld voor meerdere bedreigingen gericht tegen winkelmedewerkers, politieagenten en hulpverleners. Het hof had de PIJ-maatregel verlengd op grond dat de bedreigingen als geweldsmisdrijven kwalificeerden die de onaantastbaarheid van het lichaam bedreigen.
De Hoge Raad bevestigde dat bij bedreiging als misdrijf waarvoor de PIJ-maatregel wordt opgelegd, de rechter moet beoordelen of het feit een geweldsmisdrijf oplevert. Dit kan mede afhangen van niet-verbale agressie en de waarschijnlijkheid dat de bedreiging wordt uitgevoerd. Het hof had dit oordeel voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk geacht.
Daarnaast vernietigde de Hoge Raad ambtshalve het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij een schadevergoedingsmaatregel. In plaats daarvan kan gijzeling van gelijke duur worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de PIJ-maatregel bij bedreiging en de juiste toepassing van sancties bij niet-betaling van schadevergoedingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt verlenging PIJ-maatregel bij bedreiging als geweldsmisdrijf en vernietigt vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel, vervangend door gijzeling.