ECLI:NL:HR:2020:1410
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ambtelijk verzuim
Belanghebbende, gehuwd in gemeenschap van goederen, diende samen met zijn in 2010 overleden echtgenoot aangiften inkomstenbelasting in. De inspecteur legde in 2016 een navorderingsaanslag op wegens een fictief vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang naar aanleiding van het overlijden van de echtgenoot.
Het Hof Den Haag oordeelde dat de inspecteur een ambtelijk verzuim had begaan door onvoldoende onderzoek te verrichten, met name door het dossier van de echtgenoot niet volledig te raadplegen, en verklaarde de navorderingsaanslag ongeldig.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een onjuiste maatstaf hanteerde door een te ruime onderzoeksplicht aan de inspecteur toe te schrijven. De inspecteur hoeft niet altijd het dossier van de fiscale partner te raadplegen, tenzij er redelijke twijfel bestaat over de juistheid van de aangifte. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige herbeoordeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en benadrukt dat de inspecteur slechts tot nader onderzoek verplicht is indien er gegronde twijfel bestaat over de juistheid van de aangiftegegevens.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak voor nieuwe behandeling naar Gerechtshof Amsterdam.