ECLI:NL:HR:2020:1422

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2020
Publicatiedatum
13 september 2020
Zaaknummer
19/01487
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.7 WVW 1994Art. 68 SrArt. 437 lid 3 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onduidelijkheid over ontvankelijkheid OM bij dubbele veroordeling rijbewijsinlevering

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging van de verdachte voor het rijden terwijl het rijbewijs was gevorderd, ondanks dat verdachte reeds onherroepelijk was veroordeeld voor hetzelfde feit.

De verdachte werd eerder veroordeeld voor het rijden terwijl het rijbewijs was gevorderd, met dezelfde pleegdatum. Het hof vond desalniettemin dat het OM ontvankelijk was in de vervolging, hetgeen door de verdachte werd bestreden in cassatie.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof, maar alleen voor zover het oordeel over de ontvankelijkheid en de strafoplegging betreft. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest gedeeltelijk, wijzend de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.

De schriftuur van de benadeelde partij werd niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet voldeed aan de vereisten voor een cassatiemiddel. De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en sprak het arrest uit op 15 september 2020.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting over ontvankelijkheid en strafoplegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01487
Datum15 september 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 maart 2019, nummer 20-002717-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. Klewer, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [A] N.V., heeft M.H.D. Saro, advocaat te Leiden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-185846-16 onder feit 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch ten einde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het - in de bestreden uitspraak besloten liggende - oordeel van het hof dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-185846-16 onder 2 tenlastegelegde. Het voert daartoe aan dat de verdachte ter zake van hetzelfde feit reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld.
2.2
Op de gronden zoals vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 9 is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het hof dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging voor het in het cassatiemiddel bedoelde feit niet zonder meer begrijpelijk. Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beoordeling van de schriftuur die namens de benadeelde partij is ingediend

Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Dat geldt ook voor cassatiemiddelen als bedoeld in artikel 437 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Als zo’n cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over een rechtspunt betreffende haar vordering. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-185846-16 onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 september 2020.