Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1442

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2020
Publicatiedatum
16 september 2020
Zaaknummer
19/01871
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep over door bestuurder ontvangen vergoedingen en bevoegdheid raad van commissarissen

Orthocenter N.V. heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 januari 2019, dat ging over door een bestuurder ontvangen vergoedingen en de vraag of de raad van commissarissen exclusief bevoegd was in deze context. Het geschil betreft onder meer onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 27 juli 2016 en het arrest van het hof Amsterdam. De klachten van Orthocenter tegen het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro. Het cassatieberoep wordt verworpen en Orthocenter wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Orthocenter wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/01871
Datum18 september 2020
ARREST
In de zaak van
ORTHOCENTER N.V.,
gevestigd te Purmerend,
EISERES tot cassatie,
hierna: Orthocenter,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
[verweerder],
wonend te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J. den Hoed.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/14/154446/HA ZA 14-178 van de rechtbank Noord-Holland van 27 juli 2016;
het arrest in de zaak 200.212.625/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 januari 2019.
Orthocenter heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Orthocenter heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Orthocenter in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
18 september 2020.