Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 oktober 2020.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor meermalen gepleegde opzetheling en oplichting. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest voor zover het arrest vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen toepaste.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had gehandeld door vervangende hechtenis toe te passen bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. In lijn met een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2020:914) bepaalde de Hoge Raad dat in zulke gevallen telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, conform artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor zover het vervangende hechtenis betrof en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd de toepassing van gijzeling als sanctie bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen bevestigd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 6 oktober 2020.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen en gijzeling van gelijke duur wordt bepaald.