ECLI:NL:HR:2020:1583
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake boetebeschikkingen 2009-2013
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de opgelegde boetebeschikkingen voor de jaren 2009 tot en met 2013 werden bevestigd. Eerder was een arrest van de Hoge Raad van 11 augustus 2017 geweest waarin het Gerechtshof Den Haag werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
In het huidige arrest heeft de Hoge Raad de ingediende middelen door belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet ook geen reden om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en worden de boetebeschikkingen definitief bevestigd.
Het arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de boetebeschikkingen blijven in stand.