ECLI:NL:HR:2020:165
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en Rechtbank in belastingzaak wegens onvolledige behandeling beroep
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2008 en 2009, die niet-ontvankelijk werden verklaard wegens termijnoverschrijding. Hij verzocht om ambtshalve vermindering via de hardheidsclausule, welke werd afgewezen. De Rechtbank splitste het beroep in twee zaken en deed niet over alle besluiten uitspraak.
Het Hof oordeelde dat tegen de weigering van toepassing van de hardheidsclausule geen beroep openstaat en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Belanghebbende stelde dat het Hof ook uitspraak had moeten doen over het bezwaar tegen de aanslag 2008 en de weigering ambtshalve vermindering daarvoor.
De Hoge Raad stelde vast dat de Rechtbank en het Hof niet over alle besluiten hadden beslist en dat daardoor de behandeling onvolledig was. Daarom vernietigde de Hoge Raad de uitspraken en verwees de zaak terug naar de Rechtbank voor volledige beoordeling van het beroep over de besluiten van 2008. Het beroep tegen de weigering van toepassing van de hardheidsclausule werd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraken en wijst de zaak terug naar de Rechtbank voor verdere behandeling, verklaart het beroep tegen de weigering van toepassing van de hardheidsclausule niet-ontvankelijk.