Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de klachten
Een van de dochters van belanghebbende en de echtgenote woonde tot 22 oktober 2010 in de woning. Daarna woonde zij voor haar studie op kamers en stond zij elders ingeschreven in de BRP. In de weekends verbleef zij in de woning. Van 10 maart 2014 tot en met 7 mei 2014 was de woning het hoofdverblijf van de dochter en stond zij op het adres van de woning ingeschreven.