ECLI:NL:HR:2020:171
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing netwerkvrijstelling overdrachtsbelasting voor zendmasten
Belanghebbende verkreeg in 2010 de juridische eigendom van 80 zendmasten die worden gebruikt voor telecommunicatiedoeleinden. Belanghebbende betaalde geen overdrachtsbelasting bij deze verkrijging, waarop de Inspecteur een naheffingsaanslag oplegde.
Het geschil betrof de vraag of de verkrijging van deze zendmasten vrijgesteld is van overdrachtsbelasting op grond van de netwerkvrijstelling in artikel 15, lid 1, aanhef en letter y, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). Het Hof oordeelde dat de zendmasten weliswaar onroerende zaken zijn, maar dat geen sprake is van een net zoals bedoeld in de netwerkvrijstelling.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de zendmasten wel degelijk deel uitmaken van een net en dat de vrijstelling daarom van toepassing is. De Hoge Raad verwierp dit middel en sloot zich aan bij de motivering van het Hof en het arrest in een gerelateerde zaak (ECLI:NL:HR:2020:170).
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee blijft de naheffingsaanslag in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft in stand.