Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 maart 2022
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Vergoeding van invorderingsrente
de rechtbank]. Om die reden wordt de regeling invorderingsrente uitgebreid voor de gevallen waarin de belastingschuldige een recht krijgt op een terug te geven bedrag aan belasting vanwege het feit dat in de betreffende situatie heffing (en inning) van die belasting strijdig is met het Unierecht. Conform bovengenoemde uitspraak wordt een passende rentevergoeding geboden door in die situaties invorderingsrente te vergoeden (…).
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- of de naheffingsaanslagen in strijd met het Unierecht zijn opgelegd;
- zo ja, of belanghebbende op grond van artikel 28c IW recht heeft op vergoeding van invorderingsrente over de teruggaven;
- of het niet vergoeden van rente aan belanghebbende op zichzelf in strijd is met het Unierecht, meer in het bijzonder met het fiscale neutraliteitsbeginsel, het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 17 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), het doeltreffendheidsbeginsel, het fair play beginsel en het beginsel van de rechten van verdediging zoals dat voortvloeit uit artikel 47 van Pro het Handvest;
- of het niet vergoeden van rente aan belanghebbende in strijd is met een redelijke wetstoepassing;
- of het niet vergoeden van invorderingsrente op grond artikel 28c IW aan belanghebbende in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
Beoordeling van het hoger beroep
- 4,67% enkelvoudig over 90% van € 8.896.949 (naheffingsaanslag 2014) over de periode 1 december 2015 tot 2 januari 2019; en
- 4,63% enkelvoudig over 90% van € 4.233.290 (naheffingsaanslag eerste helft 2015) over de periode 1 januari 2016 tot 2 januari 2019.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de beschikking van 3 oktober 2019;
- veroordeelt de Ontvanger tot vergoeding aan belanghebbende van invorderingsrente volgens de in 5.10 van deze uitspraak beschreven formules;
- veroordeelt de Ontvanger in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3.574; en
- gelast de Ontvanger het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 895 aan belanghebbende te vergoeden.