ECLI:NL:HR:2020:1850

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2020
Publicatiedatum
19 november 2020
Zaaknummer
19/02709
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging eigendom museumcollectie na fiduciaire overdracht en betaling

Deze zaak betreft een geschil over de eigendom van een collectie tekeningen die door de erflater in bruikleen was gegeven aan Museum Boijmans van Beuningen. De vraag was of de eigendom van deze collectie was overgegaan op een bank aan wie de bruikleengever de collectie in fiduciaire eigendom had overgedragen en vervolgens in betaling had gegeven.

De erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar stelden dat de eigendom niet was overgegaan en stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag. Het hof had het eigendom niet aan de bank toegekend en het beroep van de erfgenamen verworpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van de erfgenamen tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.

De Hoge Raad heeft de erfgenamen veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/02709
Datum20 november 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats], Zweden,
3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
5. [eiseres 5],
wonende te [woonplaats],
6. [eiseres 6],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [de Erfgenamen],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. STICHTING MUSEUM BOIJMANS VAN BEUNINGEN,
gevestigd te Rotterdam,
2. GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
3. STICHTING TOT BEHEER MUSEUM BOIJMANS VAN BEUNINGEN,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: Museum Boijmans c.s.,
advocaat: K. Teuben.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/10/512483/HA ZA 16-1028 van de rechtbank Rotterdam van 23 augustus 2017;
het arrest in de zaak 200.229.553/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 maart 2019.
[de Erfgenamen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Museum Boijmans c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [de Erfgenamen] mede door W.A. Jacobs en voor Museum Boijmans c.s. mede door W.I. Wisman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de Erfgenamen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [de Erfgenamen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Museum Boijmans c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de Erfgenamen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.V. Polak en de raadsheren C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
20 november 2020.