Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 november 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De vrouw stelde de notaris aansprakelijk wegens het niet inschrijven van huwelijkse voorwaarden in het huwelijksgoederenregister, wat haar schade berokkende. De rechtbank en het hof oordeelden dat de vordering verjaard was omdat de twintigjarige verjaringstermijn was verstreken, beginnend zes weken na het passeren van de akte in 1992.
De vrouw voerde in cassatie aan dat het hof onjuist het aanvangsmoment van de verjaring bepaalde en dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op erkenning van aansprakelijkheid door de kantoordirecteur van de notaris. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat de notaris verplicht was binnen zes weken na het passeren van de akte de inschrijving te verzorgen en te controleren, en dat het tijdstip van tekortkoming daarmee vaststond.
Voorts stelde de Hoge Raad dat de melding bij de verzekeringsmaatschappij door de kantoordirecteur geen erkenning van aansprakelijkheid inhield en dat de vrouw niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op diens bevoegdheid om namens de notaris te handelen. Het beroep werd verworpen en de vrouw werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vrouw wordt verworpen wegens verstrijken van de twintigjarige verjaringstermijn.