Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
1 december 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 mei 2019. De verdachte werd betrokken bij hasjtransporten vanuit Marokko naar België en Nederland, waarbij koeriers gebruik maakten van geprepareerde auto's.
De verdediging stelde meerdere klachten in cassatie over de bewijsvoering en de uitspraak van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze onvoldoende zijn om het arrest te vernietigen.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en het beroep is verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, arrest hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.