Met nummer [telefoonnummer 9] , in gebruik bij [betrokkene 18]
belt [betrokkene 12] (stemherkenning):
[betrokkene 18] geeft de telefoon aan [betrokkene 11] .
[betrokkene 11] zegt dat "hij" ( [betrokkene 10] = op basis van gesprek 539 op [telefoonnummer 7] tussen
[betrokkene 11] en [betrokkene 12] ) met hem meegekomen is, dat "hij" morgenavond teruggaat en wil
[verdachte] zien.
[betrokkene 12] zegt dat hij tegen [betrokkene 11] had gezegd dat [verdachte] in Marokko zit.
[betrokkene 11] zegt dat de man [ [betrokkene 10] ] het niet gelooft dat hij [ [verdachte] ] in Marokko zit.
[betrokkene 11] vraagt of [betrokkene 12] zijn nummer heeft gebeld en hem [ [verdachte] ] kan bellen.
[betrokkene 12] zweert het dat hij hem [ [verdachte] ] de hele dag heeft geprobeerd te bellen maar kreeg geen verbinding.
[betrokkene 12] zegt, ik heb zijn zoon net gebeld. Ik vroeg hem of hij mij het
nummer van zijn vader wilde geven, maar hij heeft het me echt niet gegeven.
*Bijlage 114: proces-verbaal van verhoor [betrokkene 11] door de politie te Bonn op 8 januari 2013 (pag. 2341):
Aan verdachte wordt de Nederlandse zaak uitgelegd. Daarbij wordt hem nogmaals duidelijk gemaakt dat het Nederlandse onderzoek betrekking heeft op verdovende middelen en de personen [betrokkene 10] en [betrokkene 9] , en hij zelf als tussenpersoon tussen de verdovende middelenhandelaren in Nederland en [betrokkene 10] en [betrokkene 9] optreedt.
Vraag: Hebt u deze feiten nu begrepen?
Antwoord: Ik ben tussenpersoon geweest tussen [betrokkene 9] en [betrokkene 10] en de mensen uit Nederland. Eén daarvan was [verdachte] , die langer dan 1.80 m is. Deze [verdachte] werd door mij ook [verdachte] of [verdachte] genoemd.
Confrontatie: Op 23-12-2011 bent u naar Culemborg geweest. U bent daar naar een coffeeshop genaamd " [A] " gegaan. Daar hebt u een ontmoeting gehad met [betrokkene 18] , de zoon van [betrokkene 19] . [betrokkene 18] heeft vervolgens [betrokkene 12] opgebeld, U hebt vervolgens met de telefoon van [betrokkene 18] met [betrokkene 12] gesproken. U zei toen dat de man uit Spanje maar voor één week thuis was. Daarbij zou het om [betrokkene 10] kunnen zijn gegaan. Verder zei u dat [betrokkene 10] [verdachte] wilde zien. Bij [verdachte] betreft het de eigenaar van de coffeeshop. [betrokkene 12] zei dat [verdachte] er niet was. Kunt u zich deze gebeurtenis herinneren?
Antwoord: Het klopt dat ik in Nederland naar deze mensen heb gezocht, naar die groepering. Ik ben in Culemborg geweest, ik ben in een coffeeshop geweest.
Vraag: Wie was de opdrachtgever van de hasjtransporten van [betrokkene 10] en [betrokkene 9] ?
Antwoord: Dat is bovengenoemde [verdachte] , die ik meestal [verdachte] noem. Vraag: Waar woont deze [verdachte] ?
Antwoord: Ik heb hem in Utrecht en in verschillende plaatsen in Nederland ontmoet. Het is een Marokkaan. Hij is ongeveer tussen de 40 en de 50 jaar oud.
Vraag: Hoe veel geld hebt u van de opdrachtgevers voor de uitgevoerde hasjtransporten gekregen? Antwoord: Dat verschilde. Begin 2008 heb ik van [verdachte] 5000 euro gekregen.
Ik heb dat geld gekregen om er mee naar Marokko te rijden. Ik heb het geld in Nederland gekregen. Ik heb het geld uitgegeven en me verstopt. [verdachte] heeft me toen weer gevonden. Ik moest de opdracht uitvoeren en heb er toen over verteld in cafés in Bonn. Toen heeft [betrokkene 9] zich bereid verklaard om de rit te maken. Vervolgens heb ik toen tussen de opdrachtgever [verdachte] en de koerier [betrokkene 9] bij dit transport bemiddeld en daarvoor 8000 euro gekregen. Van die 8000 euro zou [betrokkene 9] 5000 euro als loon krijgen en ik 3000 euro voor de rit. [verdachte] heeft toen nog een keer 8000 euro gegeven zodat [betrokkene 9] een auto kon kopen. Ik heb 7000 euro aan hem gegeven; 1000 euro heb ikzelf gehouden.
Vraag: Was dat alles aan vooruitbetaling?
Antwoord: Ja, toen zijn we naar Marokko gereden. Daar is de auto omgewisseld en toen zijn we weer terug gereden. Ik ben met mijn auto achter [betrokkene 9] aan gereden. In Nederland is de auto met de verdovende middelen overgedragen. [betrokkene 9] heeft toen 85.000 euro gekregen. Ikzelf heb nog een keer 15.000 euro gekregen.
Vraag: Waar werd de auto overgedragen?
Antwoord: De overdracht was in Utrecht bij een benzinestation. Een Nederlander heeft mij daar toen 100.000 euro gegeven; hij heeft de auto met de verdovende middelen overgenomen. Ik heb het toen volgens de instructie opgesplitst.
Het geld zat in een plastic boodschappentas.
Vraag: In september 2008 is [betrokkene 9] met 82 kg hasj in Nador aangehouden. Hij is vervolgens in de gevangenis gekomen. Wie betaalde de advocaat of andere bedragen voor hem of voor zijn familie?
Antwoord: Ik was in Marokko toen [betrokkene 9] werd aangehouden omdat ik hem van dichtbij begeleidde, ik heb het vervolgens aan [verdachte] verteld toen ik in Nederland was. [verdachte] werd bang omdat de vrouw van [betrokkene 9] de zaak bij de politie in Duitsland wilde aangeven. [verdachte] heeft mij toen een telefoonnummer in Marokko gegeven. Ik ben naar Marokko gereden en heb daar vervolgens een ontmoeting gehad met de mij onbekende Marokkaan. Deze overhandigde mij 25.000 euro. Ik heb dit geld in zijn geheel aan de vrouw van [betrokkene 9] afgegeven. Dat was mij zo door [verdachte] opgedragen. Later heb ik nog een keer een paar duizend euro voor [betrokkene 9] via [verdachte] in Nederland gekregen.
Vraag: Op 08-08-2009 is [betrokkene 10] in Spanje met meer dan 700 kg hasj aangehouden. Is er voor deze aanhouding ook geld betaald?
Antwoord: Ik was die keer geen begeleider (...) Ik was verantwoordelijk voor het transport en heb toen contact met [verdachte] opgenomen. [verdachte] heeft mij voor [betrokkene 10] , advocaat en gezin in totaal ongeveer 15.000 euro gegeven. Ik heb 4000 euro aan zijn vrouw gegeven, de rest heb ik er doorheen gejaagd.
Vraag: Is er eerder een transport met [betrokkene 10] geweest?
Antwoord: [betrokkene 10] heeft ongeveer 1 jaar eerder een transport met hasj gedaan. Dat was ongeveer 80 kg hasj. Ik heb voor dit transport in totaal 45.000 euro van een persoon in Marokko gekregen. Deze persoon handelde in opdracht van [verdachte] . 'Ik heb [betrokkene 10] 30.000 euro gegeven; de rest heb ik zelf gehouden. Ik heb zelf die verdeling bepaald. Ik had eerst met [betrokkene 10] afgesproken dat hij 40.000 euro zou krijgen, maar ik heb hem maar 30.000 euro betaald.
Vraag: Wanneer zijn de problemen over het geld met de opdrachtgevers en de koeriers begonnen?
Antwoord: Het eerste probleem ontstond na de aanhouding van [betrokkene 9] . Ik heb eigenlijk bijna alles aan de familie van [betrokkene 9] afgestaan, maar ze vonden het kennelijk te weinig.
Vraag: Zijn er nog een keer problemen geweest na de aanhouding van [betrokkene 10] ? Antwoord: Ja, ik heb al verteld dat ik van de 15.000 euro 11.000 euro zelf heb opgemaakt. Later wilde [betrokkene 10] met mij naar [verdachte] toe gaan omdat hij van hem de rest van het geld wilde hebben. Dat was toen [betrokkene 10] verlof uit de gevangenis had en vanuit Spanje naar Duitsland was gekomen. Hij heeft mij onder druk gezet en is met mij naar Nederland gegaan. We zijn op verschillende plaatsen geweest; ik wilde hem alleen maar aan het lijntje houden zodat hij mij zou geloven. Hij dreigde ermee mij te zullen verraden.”