Conclusie
Nummer19/02449
eerste middelvalt uiteen in twee deelklachten. De eerste deelklacht houdt verband met de verwerping door het hof van het door de verdediging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde gevoerde verweer dat niet is komen vast te staan dat met de auto’s waarin geen hasj is aangetroffen, hasj is vervoerd. De verwerping getuigt volgens de stellers van het middel van een onjuiste rechtsopvatting omdat de “verdachte in feite het bewijs van zijn onschuld wordt opgedrongen”. De tweede deelklacht klaagt dat de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 onvoldoende met redenen is omkleed. Ik begin met de bespreking van de eerste deelklacht die betrekking heeft op het onder 1 ten laste gelegde.
Algemeen
We wilden een auto maken voor de coffeeshop. We wilden hem prepareren om drugs te vervoeren, zodat we niet overvallen zouden worden en ook de politie konden omzeilen Ik ben toen met dit idee verder gegaan met iemand anders, achter mijn vaders rug om. Ik wilde drugs vervoeren met een vader van een vriend van mij. Uiteindelijk hebben we zes auto ’s geprepareerd, inclusief die ene die ik zonet noemde voor de coffeeshop. Mijn vader wist dat niet, ik heb dat allemaal achter zijn rug om gedaan.”
Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6] op 16 en 17 oktober 2012. p. 1361-1366:
tweede middelricht zich op de bewijsvoering van het onder 4 bewezenverklaarde.
-13 maart 2012 ( [telefoonnummer 1] ), pag. 2567
-15 maart 2012 ( [telefoonnummer 1] ), pag. 2584
hem bellen.
-16 maart 2012 ( [telefoonnummer 1] ), pag. 2587
derde middelklaagt over de bewijsvoering van het onder 5 primair en 7 primair bewezenverklaarde. Meer in het bijzonder kan uit de bewijsmiddelen niet volgen dat anderen met daartoe geprepareerde auto’s in de richting van Nederland zijn gereden.
Duitse tapgesprekken
-1 september 2011 [betrokkene 11] belt [betrokkene 1] (ng), pag. 2216
-22 september 2011, beller [betrokkene 11] , gebelde [betrokkene 13] , pag. 2220
-29 november 2011 tussen [betrokkene 11] en [betrokkene 5] , pag. 2261
-2 december 2011, beller [betrokkene 11] , gebelde [betrokkene 5] , pag. 2264
volgens Duitse proces-verbaal op pagina 2299 betreft het [betrokkene 10]), pag. 2297:
-1 december 2011 ( [telefoonnummer 7] ), pag. 2301
-4 december 2011 ( [telefoonnummer 7] ), pag. 2302 Met nummer [telefoonnummer 8]
-23 december 2011 ( [telefoonnummer 7] ), pag. 2306
richting Nederlandis/zijn gereden. Nu uit de bewijsmiddelen overduidelijk blijkt dat beide koeriers werkten voor de in Culemborg wonende verdachte, terwijl contra-indicaties dat de transporten niet onderweg waren naar Nederland ontbreken, heeft het hof niet onbegrijpelijk de conclusie getrokken dat beide koeriers op weg waren naar Nederland. [6] Daarmee faalt deze klacht.