Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Uit de door het hof gebruikte bewijsvoering kan echter niet zonder meer worden afgeleid dat de in de bewezenverklaring gespecificeerde vorderingen aan de boedel van [A] BV (voorheen genaamd [B] BV) zijn onttrokken. De uitspraak van het hof is ten aanzien daarvan dus ontoereikend gemotiveerd.
Daarbij neemt de Hoge Raad het volgende in aanmerking. De door het hof gebruikte bewijsvoering - in het bijzonder de bewijsmiddelen 15, 20 en 23 - houdt in (i) dat [B] BV de in de bewezenverklaring bedoelde vorderingen op de zeven […] vennootschappen voor een bedrag van € 2.505.500 reeds had overgedragen aan [J] BV - en wel ten titel van geldlening, waardoor volgens de vaststelling van het hof [B] BV een vordering op [J] BV ten bedrage van € 2.505.500 verkreeg - voordat deze vorderingen aan de boedel van [A] BV (voorheen genaamd [B] BV) konden worden onttrokken, (ii) dat de vordering van [B] BV op [J] BV door verrekening is verminderd tot € 1.929.240 en (iii) dat vervolgens [B] BV haar vordering ten bedrage van € 1.929.240 op [J] BV heeft verkocht en overgedragen aan de verdachte in privé tegen een koopprijs van € 250.550. Het hof heeft daarbij overwogen dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onttrekken aan de boedel van de vorderingen op de zeven […] vennootschappen tot een bedrag van € 2.505.500 nu die vorderingen tegen een kenbare tegenprestatie zijn overgedragen. Volgens deze bewijsvoering zijn het niet de vorderingen op de zeven […] vennootschappen die aan de boedel van [A] BV (voorheen genaamd [B] BV) zijn onttrokken, maar is dat de vordering van [B] BV op [J] BV.
Voorts heeft het hof overwogen dat de vordering ad € 1.929.240 van [B] BV op [J] BV zonder kenbare tegenprestatie is overgedragen aan de verdachte in privé, terwijl uit bewijsmiddel 20 volgt - zoals eveneens door het hof is overwogen - dat de verdachte voor deze vordering een koopprijs van € 250.550 verschuldigd was.
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
Door de FIOD zijn tijdens het opsporingsonderzoek stukken aangetroffen die in het onderzoek worden aangeduid als “draaiboek”. Het zijn verschillende stukken, klaarblijkelijk door verschillende personen opgesteld. Alle stukken hebben echter betrekking op de afhandeling van projecten die tot begin 2011 behoorden tot de portefeuille van [B] BV en zijn bij verdachte aangetroffen. Het hof zal deze stukken (D-452) hierna aanduiden als het draaiboek.
4.Beoordeling van het zevende cassatiemiddel
5.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel, het tweede cassatiemiddel en het derde cassatiemiddel niet nodig.
6.Beslissing
15 december 2020.