Conclusie
1.Het
proces-verbaal van documentonderzoek,(…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
ONDERZOEK
Conclusie
kennisgeving van inbeslagneming, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, op 11 juni 2019, voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
Feit 1: in voorraad hebben van vals geld met het oogmerk van het in omloop brengen
totaalvals zijn. Het watermerk is een van de belangrijkste kenmerken om vals geld van echt geld te onderscheiden. Op het moment dat iemand een € 500 biljet ontvangt zal iedereen het bankbiljet tegen het licht houden om te zien of er een watermerk in zit. Indien dat watermerk er niet in gedrukt zit, zal iedereen weten dat het vals geld betreft.’
‘Feit 3
schriftelijk bescheid, inhoudende een vonnis van de rechtbank Groningen, sector civielrecht van 10 juli 2012, zaaknummer 12/182 F, voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
BESLISSING
schriftelijk bescheid, inhoudende een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheid, inhoudende een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheid, inhoudende een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor,(…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven − als
verklaring van [curator]:
schriftelijk bescheid, inhoudende een brief van [curator] aan verdachte, gedateerd 17 juli 2012, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheid, inhoudende een brief van [curator] aan verdachte, gedateerd 20 maart 2013, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 10 mei 2023, voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, op 11 juni 2019, voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheid, inhoudende een leenovereenkomst, gedateerd 1 mei 2014, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheid, inhoudende een leenovereenkomst, gedateerd 1 mei 2014, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheid, inhoudende akte van levering, gedateerd 28 juli 2014, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , adres: [a-straat 1] [plaats] , welke rechtspersoon is ingeschreven in het handelsregister onder dossiernummer [nummer ] , en als zodanig de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid rechtsgeldig vertegenwoordigende [A] B.V., hierna genoemd: koper.
proces-verbaal bedrieglijke bankbreuk, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
90000
7500
€ 51.000, -door [verdachte] middels goederen is voldaan;
€ 19.000, -is in opdracht van [verdachte] door [D] BV voldaan;
IBAN: [rekeningnummer] //KN: [nummer ] //SPOEDBETALING [nummer ] //DERDENGELDEN [betrokkene 2] [d-straat 1] [plaats] NL//DEELBETALING OVEREENKOMST € 75.000,00
schriftelijk bescheid, inhoudende de uitwerking van een telefoongesprek gevoerd op 19 januari 2017 tussen verdachte en [betrokkene 4] , (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
hof: [betrokkene 4]) zegt dat hij begrijpt dat het faillissement van [verdachte] nog steeds niet is opgeheven. [verdachte] zegt dat dat komt door een ouwe maat van hem, die heeft naar de curator gebeld en nu moet [verdachte] met bewijzen komen. Daardoor heeft het vertraging opgelopen.
hof: verdachte): het interesseert mij eigenlijk helemaal geen enne kut, of het er nou op ligt of niet er op ligt, ik heb er geen last van, ik heb er geen gemak van.
schriftelijk bescheid, inhoudende een leenovereenkomst, gedateerd 23 februari 2017, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
schuldeiser"; en
[geboortedatum] 1964, hierna te noemen: “
schuldenaar”.
OVEREENKOMST VAN GELDLENING
HONDERDVIJFENZENTIGDUIZEND EURO (€ 175.000,00).
BEPALINGEN EN BEDINGEN
proces-verbaal van verhoor, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven − als verklaring van
[betrokkene 4]:
proces-verbaal van verhoor, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven −
als verklaring van [betrokkene 5]:
schriftelijk bescheid, inhoudende een leenovereenkomst, gedateerd 27 augustus 2013, (…), voor zover inhoudende − zakelijk weergegeven:
De ondergetekenden:
Schuldeiser";
Schuldenaar”;
verklaren als te zijn overeengekomen als volgt:
Feit 3: bedrieglijke bankbreuk / onttrekking van geldbedragen aan de failliete boedel
"het interesseert mij eigenlijk helemaal geen enne kut, of het er nou op ligt of niet er op ligt, ik heb er geen last van, ik heb er geen gemak van".
"ik heb daar later 195.000 euro van gekregen";
advocaat-generaalvoert als volgt het woord tot requisitoir:
raadsman, mr. Krämer, voert het woord tot verdediging volgens zijn pleitnota die aan dit proces-verbaal is gehecht. In aanvulling daarop deelt hij mee:
Feit 3
vermogensbestanddelendie onder bereik en beheer van de curator vallen of rechtens behoren te vallen. De boedel omvat niet goederen die buiten het faillissement blijven, omdat ze aan een derde toebehoren en dus niet rechtens onder bereik en beheer van de curator behoren te komen.
“Dit is mijn zwakste stelling uit de reconventie. Ik heb geen informatie waaruit volgt dat het hier om een privé-lening van [verdachte] aan [medeverdachte ] gaat. Ik refereer me ten aanzien van deze kwestie aan uw oordeel". Wat m.i. hieruit volgt is dat de curator gewoonweg stellingen poneert zonder deze überhaupt te onderbouwen. De rechtbank oordeelt dan ook dat niet blijkt dat [verdachte] het geld aan [medeverdachte ] heeft geleend en wijst de vordering dan ook af op dit punt. Ik denk dat het zomaar opwerpen van meningen door de curator, zonder die te onderbouwen, exemplarisch is hoe de afhandeling van het faillissement van cliënt is verlopen. Het Openbaar Ministerie neemt deze redenering eigenlijk direct over: alles waar cliënt zich tegenaan heeft bemoeid valt direct aan te merken als vermogensbestanddelen en is dus onderdeel van de failliete boedel. Er wordt niet eens gekeken, laat staan onderzocht, of de in de tenlastelegging genoemde bedragen überhaupt wel in het privé vermogen van cliënt zijn gevloeid.
Maple Leaf) heeft de civiele kamer van Uw Raad de kern van de overweging in het Rainbow-arrest als volgt weergegeven: ‘Vereenzelviging van de betrokken rechtspersonen kan, in uitzonderlijke omstandigheden, de meest aangewezen vorm van redres zijn. Maar indien een op benadeling van een bepaalde crediteur gerichte handelwijze onrechtmatig is jegens deze crediteur, brengt de verplichting de daardoor aangerichte schade te vergoeden niet mee dat de omvang van deze schade zonder meer gelijk is aan het bedrag van de vordering waarvan men het verhaal wilde verijdelen. In een dergelijk geval is vereenzelviging een vorm van redres die te ver gaat.’ [21]
regtendier crediteuren’. In nader overleg is de redactie daarop ‘verduidelijkt’.