Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 november 2020.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 augustus 2019. Het cassatiemiddel is ingediend door de advocaat D. Bektesevic. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelt dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad ziet geen noodzaak om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Het arrest is uitgesproken op 24 november 2020 door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering. De uitspraak bevestigt het oordeel van het hof en sluit het cassatieproces af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.