ECLI:NL:HR:2020:349
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2008, 2011, 2012, 2013 en 2014 waren bevestigd. De Staatssecretaris van Financiën was de wederpartij in deze procedure.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen inhoudelijke motivering gegeven omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 26 juni 2020 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.