ECLI:NL:HR:2020:45

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2020
Publicatiedatum
14 januari 2020
Zaaknummer
18/05576
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij mensenhandel

De betrokkene stelde in cassatie dat het voordeel dat hij uit mensenhandel had verkregen, ten onrechte volledig aan hem werd toegerekend. Hij voerde aan dat door het huwelijk van het slachtoffer in gemeenschap van goederen sprake was van boedelvermenging, waardoor de helft van het voordeel aan het slachtoffer toebehoorde en dus niet ontnemingsvatbaar was.

De Hoge Raad overwoog dat dit verweer niet slaagt en dat de middelen niet leiden tot cassatie. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de rechtsvragen niet in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoefden te worden beantwoord.

Ook werd het verzoek tot het horen van getuigen afgewezen op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 december 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05576 P
Datum28 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 20 december 2018, nummer 21/002821-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 januari 2020.