ECLI:NL:HR:2020:461
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een belastingaanslag en daaraan verbonden boete en belastingrente voor het jaar 2013. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het beroep.
De Hoge Raad heeft vervolgens de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en vastgesteld dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. De termijn eindigde op 31 januari 2019, terwijl het beroepschrift pas op 4 februari 2019 bij de Hoge Raad binnenkwam. Ondanks een aangetekende brief waarin belanghebbende werd uitgenodigd om een verklaring te geven voor de overschrijding, heeft belanghebbende hier geen gebruik van gemaakt.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en op 20 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.