AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beoordeling beroep in cassatie inzake onrechtmatige daad en burenrecht met betrekking tot bestemmingsplan en sloopbevel
In deze zaak heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin een geschil tussen haar en de Vereniging c.s. centraal stond. De kwestie betrof onder meer de toepassing van burenrecht, onrechtmatige daad, de betekenis van het bestemmingsplan, en de geldigheid van een bevel tot sloop met boete op grond van een boetebepaling in de statuten.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de gestelde vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de Vereniging c.s. in het gelijk is gesteld in het geschil over onder meer het huishoudelijk reglement en de boetebepaling.
De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer C.E. du Perron op 20 maart 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof is bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/05126
Datum20 maart 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres], wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
1. DE VERENIGING TOT INSTANDHOUDING VAN HET PROJECT [a-straat], gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4], wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5], wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6], wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7], wonende te [woonplaats],
8. [verweerder 8], wonende te [woonplaats],
9. [verweerder 9], wonende te [woonplaats],
10. [verweerder 10], wonende te [woonplaats],
11. [verweerder 11], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de Vereniging c.s.,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/15/242082 / HA ZA 16-261 van de rechtbank Noord-Holland van 6 juli 2016 en 8 maart 2017;
het arrest in de zaak 200.214.593/01 van het gerechtshof Amsterdam van 11 september 2018.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Vereniging c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Vereniging c.s. mede door I.L.N. Timp.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Vereniging c.s. begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 20 maart 2020.