Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 maart 2020.
Hoge Raad
De vrouw en man zijn gehuwd sinds 2005 en zijn inmiddels gescheiden. De vrouw verzocht om vaststelling van partneralimentatie op NAf 3.000 per maand, het hof stelde dit vast op NAf 1.250 per maand voor vijf jaar. Het hof beperkte de duur van de alimentatie zonder dat een van de partijen daarom had verzocht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet bevoegd is om ambtshalve de duur van de onderhoudsverplichting te beperken, omdat artikel 1:157 lid 3 BWNA Pro dit alleen toestaat op verzoek van een van de echtgenoten. Daarnaast is het hof tekortgeschoten in de motivering van de inkomensbegroting van de man, die het op NAf 800 stelde terwijl de vrouw een hoger inkomen verklaarde.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de alimentatieduur niet ambtshalve mag worden beperkt en de inkomensvaststelling nader moet worden gemotiveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en wijst de zaak terug voor verdere behandeling zonder ambtshalve beperking van de alimentatieduur.