ECLI:NL:HR:2020:55

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2020
Publicatiedatum
15 januari 2020
Zaaknummer
19/03699
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over dagtoeristenbelasting voor 2014 en 2015

Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen door de gemeente Waterland opgelegde aanslagen dagtoeristenbelasting over de jaren 2014 en 2015. Na afwijzing door de Rechtbank Noord-Holland en het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk niet behandeld omdat de klachten niet voldeden aan de criteria van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Dit artikel vereist dat cassatieklachten een rechtsvraag van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten, wat hier niet het geval was.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de lagere rechters en zag geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest werd uitgesproken door een kamer van drie raadsheren onder voorzitterschap van M.A. Fierstra.

Deze uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de heffing van dagtoeristenbelasting en onderstreept de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het behandelen van cassatieberoepen die geen wezenlijke rechtsvragen oproepen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen dagtoeristenbelasting bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/03699
Datum17 januari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE WATERLAND
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 juni 2019, nrs. 17/00426 en 17/00427, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 16/3979 en HAA 16/3980) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2014 en 2015 opgelegde aanslagen in de dagtoeristenbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.