ECLI:NL:HR:2020:58
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens ontbreken volmacht in loonheffingenzaak
In deze zaak heeft [A] B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een naheffingsaanslag in de loonheffingen. De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd was om het beroep in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene namens wie het beroep werd ingesteld dat hiermee werd ingestemd.
Ondanks dat de brief met dit verzoek volgens Track&Trace door de indiener is ontvangen, heeft deze geen machtiging of verklaring overgelegd. Hierdoor gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener niet bevoegd was tot het indienen van het beroep in cassatie.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijs van volmacht.