Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beoordeling van het cassatiemiddel voor het overige
4.Beslissing
14 april 2020.
Hoge Raad
Op 1 juni 2014 sprak verdachte tijdens een demonstratie in Almelo, waar ongeveer 4.000 mensen aanwezig waren, de woorden ‘Karabağ Ermeniye mezar olacak’ uit, vertaald als ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’. Deze uitlatingen werden door het hof opgevat als aanzetten tot gewelddadig optreden tegen personen van Armeense afkomst wegens hun ras, en verdachte had opzet op deze aanzetting.
De rechtbank en het hof stelden vast dat de uitlatingen openbaar en mondeling waren gedaan, gericht waren tegen alle Armeniërs en een duidelijke gewelddadige strekking hadden. De verdediging stelde dat de uitlatingen slechts gericht waren tegen de bezetter van Nagorno Karabach, maar dit werd door het hof verworpen vanwege gebrek aan bewijs en de context van de demonstratie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de bewezenverklaring voldoende was gemotiveerd. Ook andere klachten van het cassatiemiddel werden verworpen zonder nadere motivering. Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het aanzetten tot gewelddadig optreden tegen Armeniërs wegens hun ras.