Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
24 april 2020.
Hoge Raad
In deze zaak staat de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap centraal, waarbij deskundigenonderzoek naar de waarde van onroerende zaken een belangrijke rol speelt. De eiser, de man, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2018, waarin het hof het vonnis van de rechtbank bevestigde.
De Hoge Raad verwijst voor het volledige procesverloop naar eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof en beoordeelt de ingediende motiveringsklachten. Uit het arrest blijkt dat de Hoge Raad deze klachten niet toereikend acht om het arrest van het hof te vernietigen. Daarbij is het niet noodzakelijk om nadere motivering te geven, omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en het deskundigenonderzoek naar de waarde van onroerende zaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.