ECLI:NL:HR:2020:848

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2020
Publicatiedatum
11 mei 2020
Zaaknummer
19/03591
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak valsheid in geschrift Wet Bibob en Bouwactiviteiten

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor valsheid in geschrift, specifiek het valselijk opmaken van een formulier in het kader van de Wet Bibob en Bouwactiviteiten. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld, maar deze stelde cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld, waarin werd betoogd dat uit de bewijsvoering niet kon worden afgeleid dat het geschrift onjuist was en dat de verdachte opzet had op die onjuistheid. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij achtte de Hoge Raad het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 12 mei 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03591
Datum12 mei 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 juli 2019, nummer 23-000169-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 mei 2020.