Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
12 mei 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 november 2018, waarin de verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk telen van een grote hoeveelheid hennep en diefstal van elektriciteit door verbreking van de aansluiting.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad achtte dit middel gegrond, maar vond gezien de opgelegde straf en de mate van overschrijding geen aanleiding om een ander rechtsgevolg te verbinden.
De overige klachten, waaronder die over de bewijsvoering, werden niet ontvankelijk verklaard voor beoordeling omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en beperkte zich tot het oordeel over de redelijke termijn.
De opgelegde straf bestond uit vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 12 mei 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn; straf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk, blijft gehandhaafd.