ECLI:NL:HR:2020:880
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2013
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep werd behandeld over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2013, inclusief de beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot motivering omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 29 mei 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.