Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Utrecht,
gevestigd te Den Haag,
gevestigd te Haarlemmermeer,
gevestigd te Utrecht,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
”De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 5[0],-“. Met verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 2.17 werd overwogen is ook hier het reglement leidend. Waar hetgeen DHL ter zake heeft aangevoerd onvoldoende is voor de kwalificatie misbruik van recht, slaagt ook dit onderdeel van de grief.”
5.Beslissing
in het incidentele beroep:
15 mei 2020.