Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
,lid 1, eerste volzin
,Körperschaftsteuergesetz verliezen van de dochter naar rato van de wijziging in het aandelenbelang (voor 31,08 procent) niet meer verrekenbaar.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd in Nederland en gehouden door een Noorse moedermaatschappij, vordert verliesverrekening van verliezen geleden door haar Duitse dochtermaatschappij na een wijziging in het aandelenbelang. De Duitse belastingdienst heeft deze verliezen deels niet meer verrekenbaar verklaard vanwege een belangwijziging.
Belanghebbende stelt dat deze beperking in strijd is met de artikelen 49 en 54 van het VWEU, die de vrijheid van vestiging waarborgen. Het Hof Amsterdam heeft dit standpunt verworpen en de Hoge Raad bevestigt dit oordeel in cassatie.
De Hoge Raad volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, waarin wordt geoordeeld dat beperkingen op verliesverrekening gerechtvaardigd kunnen zijn ter voorkoming van dubbele verliesverrekening en belastingontwijking. Omdat de dochtermaatschappij haar activiteiten voortzet en dus inkomsten blijft genereren, kunnen de verliezen niet als definitief worden aangemerkt. Hierdoor is het niet onredelijk dat Nederland de grensoverschrijdende verliesverrekening weigert.
Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de weigering van grensoverschrijdende verliesverrekening blijft gehandhaafd.