ECLI:NL:HR:2021:1140

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
13 juli 2021
Zaaknummer
20/01749
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld (oud)Art. 435b Wetboek van Strafrecht BESArt. 146 Wetboek van Strafrecht BESArt. 57.2 SvNAArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen gewoontewitwassen en deelneming aan misdadige organisatie

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van gewoontewitwassen en deelneming aan een misdadige organisatie, zoals omschreven in de Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld (oud) en het Wetboek van Strafrecht BES. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba had verdachte veroordeeld.

Verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij diverse klachten werden ingebracht, waaronder over de bewijsvoering omtrent de herkomst van baren en broodjes goud die illegaal vanuit Venezuela naar Aruba en Curaçao waren geëxporteerd, en over de vraag of verdachte daadwerkelijk deelnam aan de criminele organisatie. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een verzoek om twee advocaten toe te laten als raadslieden.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofvonnis kunnen leiden. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of rechtseenheid. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01749 C
Datum13 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 20 februari 2020, nummer H 177/2014, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juli 2021.