ECLI:NL:HR:2021:1158
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek omzetbelasting voor perceel en woonhuis bij plaatsing zonnepanelen
Belanghebbende, een samenwerkingsverband van twee levenspartners, kocht in 2015 een perceel en bouwde daarop een woonhuis met zonnepanelen op het dak. De zonnepanelen zijn niet geïntegreerd in het dak en dienen niet als dakbedekking. Belanghebbende verhuurt een werkkamer aan een BV en heeft bezwaar gemaakt tegen de beperkte teruggaaf van omzetbelasting over het derde kwartaal van 2016.
Het geschil betrof de vraag of de voorbelasting op de aanschaf van het perceel en de bouw van het woonhuis aftrekbaar is vanwege het gebruik voor de exploitatie van zonnepanelen. Het Hof oordeelde dat het vereiste rechtstreekse en onmiddellijke verband ontbreekt tussen deze kosten en de levering van energie via de zonnepanelen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat aftrek slechts mogelijk is indien het verband objectief en exclusief is voor de belaste activiteit.
De Hoge Raad stelde dat de kosten voor het perceel en het woonhuis ook zonder de zonnepanelen zouden zijn gemaakt, waardoor deze uitgaven niet uitsluitend voor de exploitatie van de zonnepanelen zijn gedaan. De klachten van belanghebbende werden verworpen en het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; geen recht op aftrek omzetbelasting voor perceel en woonhuis bij plaatsing zonnepanelen.