Conclusie
1.Inleiding
Het zonnedak van de nieuwbouwwoning
2.Recht op aftrek voor zonnepanelen en woning?
Twee vragen
outputvan de economische activiteit (de zonnepanelenexploitatie) bestaat in beginsel immers slechts uit belaste handelingen in de vorm van leveringen van elektriciteit tegen vergoeding.
University of Cambridge, waarin het Hof van Justitie beoordeelt of kosten
kunnen worden geachtte zijn opgenomen in prijzen: [23]
Lennartz, waarin het ging over een auto die een ondernemer/eenmanszaak voor slechts acht percent zakelijk gebruikte, heeft het Hof van Justitie zelfs uitdrukkelijk overwogen dat een dergelijke ondergrens niet bestaat: [25]
PV-Anlage) op een carport, een loods en een schuurtje, alsmede over zonnepanelen die op een nieuw dak van een bestaande woning zijn geïnstalleerd. [26] Ik citeer uit de uitspraak over de carport (alinea’s 36 tot en met 39):
Met de bouw van de woning was een privébelang gediend, de woning is niet gebouwd voor het plaatsen van zonnepanelen. De stelling van belanghebbende dat het dak en de woning ten dienste staan van het opwekken van energie en dat dit moet leiden tot (meer) aftrek van voorbelasting wordt dan ook verworpen.(onderstreping CE)”
Iberdrolawaarnaar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verwijst in de hiervoor opgenomen citaten, bevat inderdaad een noodzaakcriterium. [32] In die zaak wenste de belastingplichtige een aftrek toe te passen voor werkzaamheden die zij had laten verrichten aan een goed (een pompstation) van een ander (een Bulgaarse gemeente). Naar het oordeel van het Hof van Justitie kan in een dergelijk geval het voor aftrek vereiste rechtstreekse en onmiddellijke verband aanwezig zijn, maar dit kan ook worden verbroken:
Lennartzvolgt dat dit laatste onjuist is.
3.De mate van aftrek
Uitgaven in verband met onroerende zaken
Explanatory Notes) op wat diensten met betrekking tot onroerende goederen zijn in de zin van artikel 47 Btw Pro-richtlijn en artikel 13 ter Pro van Uitvoeringsverordening EU nr. 282/2011, schrijft de Europese Commissie namelijk het volgende: [40]
moetaan de hand van het daarin bedoelde werkelijke gebruik worden bepaald. In dit verschil is een rechtvaardiging te vinden om minder strikt om te gaan met bewijs ter staving van het werkelijke gebruik. Te betwijfelen valt ook of het in overeenstemming is met artikel 168 bis Pro Btw-richtlijn om specifiek het bewijs van werkelijk gebruik te verlangen als dat in bepaalde gevallen niet te leveren valt. Conform artikel 168 bis Pro Btw-richtlijn moet immers een verdeelsleutel worden bepaald naar analogie met de in de artikelen 167, 168, 169 en 173 Btw-richtlijn vervatte beginselen. Een sleutel op basis van (werkelijk) gebruik lijkt daarbinnen slechts één van de mogelijkheden.