Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende op een geheim adres,
2.Uitgangspunten en feiten
Behoefte kinderen
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 juli 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de vaststelling van kinderalimentatie voor twee kinderen die bij de moeder wonen. De rechtbank had de man een bijdrage van €200 per kind per maand opgelegd. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde lagere bedragen vast, oplopend van €51 tot €86 per kind per maand over verschillende tijdvakken.
In cassatie klaagde de man dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door de behoefte van de kinderen hoger vast te stellen dan door partijen was gesteld, namelijk €504 per maand in 2016 in plaats van maximaal €460. De Hoge Raad oordeelde dat het hof binnen de grenzen van de rechtsstrijd bleef omdat partijen streden over een bedrag tussen €0 en €200 per kind per maand en het hof vrij stond rekening te houden met het kindgebonden budget en een hogere behoefte vast te stellen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de beschikking van het hof Amsterdam. De overige klachten van de man werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vastgestelde kinderalimentatie binnen de grenzen van de rechtsstrijd.